
Waarom de meeste infraroodverwarmers niet werken (en hoe we dit oplossen)
Als je ooit te maken hebt gehad met een infraroodverwarmer die plotseling stopt met werken, kijk dan eens naar de plek waar de draden in het verwarmende element komen. Dat is meestal waar het probleem begint.
In een vochtige omgeving kan vocht binnendringen in deze verbindingen. Het begint het metaal op te eten, waardoor er een kortsluiting ontstaat. Een beetje siliconen is hier niet voldoende. Om een echte IPX5-classificatie te bereiken, heeft men een afsluitingsysteem nodig dat bestand is tegen waterstoten.
Hitte is de vijand.
Hitte vernietigt de afsluitingen. De meeste verkrijgbare verwarmer gebruiken goedkope lijmsoorten die na enkele honderd keer aan- en uitzetten gaan krimpen en barsten. Zodra de afsluiting barst, begint de verwarmer ‘ademhalen’. Terwijl de verwarmer afkoelt, wordt er vochtige lucht naar binnen gezogen. Dit creëert paden voor elektriciteit die nergens anders naartoe moet gaan, waardoor er kortsluitingen optreden en de verwarmer kapotgaat.
Wij lossen dit anders op. We gebruiken high-end afsluitmiddelen en compressieafsluitingen die flexibel blijven, zelfs bij temperaturen boven de 200°C. Hierdoor blijft het vocht buiten.
Het zit in de details.
Het klinkt simpel, maar de manier waarop de draden worden bevestigd is erg belangrijk. Als de draden niet perfect worden afgeplakt of ze iets scheef zitten, ontstaan er kleine luchtruimtes. Deze luchtruimtes houden hitte vast. En hoge temperaturen vernietigen snel de isolatie. We gebruiken een precisiemodelleerproces om ervoor te zorgen dat de verbinding tussen de kwartstub en de draden stevig is. Geen luchtruimtes, geen problemen. Dat is de enige manier om te voorkomen dat de verwarmer kapotgaat in een zware industriële omgeving.
Een tip: Er is een trade-off. Omdat deze afsluitingen zo sterk zijn, zijn de leidingdraden wat stijver dan normaal. Je kunt ze niet zomaar in een scherpe hoek buigen, zoals je wel doet met draden zonder afsluiting. Als je ze te stijf buigt, riskeer je dat de afsluiting beschadigt raakt. Geef je draden dus wat meer ruimte – een grotere boogstraal – wanneer je ze in het bedieningskast plaatst. Dan werkt alles goed.